Een salontafel die niet lekker zit, valt bijna altijd terug op twee maten: de hoogte ten opzichte van je bank en de breedte ten opzichte van diezelfde bank. Krijg je die twee goed, dan werkt vrijwel elk model. Zit je ernaast, dan blijft de tafel de rest van zijn leven net verkeerd staan, hoe mooi hij ook is.
De hoogte volgt je zitting
Meet de hoogte van je bankkussen als je erop zit, dus ingedrukt en niet in ruststand. Die maat ligt bij de meeste banken tussen de 40 en 45 centimeter. Kies een salontafel die daar gelijk aan is of maximaal vijf centimeter lager. Dan zet je je kopje neer zonder je pols te draaien en zonder voorover te hoeven leunen.
- Zithoogte 40 cm: salontafel 35 tot 40 cm.
- Zithoogte 45 cm: salontafel 40 tot 45 cm, de meest voorkomende combinatie.
- Lounge bank met diepe zit: ga naar de onderkant van de range, een lage tafel oogt daar rustiger.
- Bank met hoge zit of een fauteuil: tot 50 cm mag, maar hoger dan de zitting wordt het een eettafel in het klein.
Een tafel die hoger is dan je zitting valt altijd op, en niet op de goede manier. Hij blokkeert het zicht op de kamer en je kijkt tegen de rand aan in plaats van eroverheen. Alleen als je de tafel echt gebruikt om aan te eten of te werken is een hogere variant te verdedigen.
De tweederde-regel voor de breedte
Neem de breedte van je bank en reken daar ongeveer tweederde van. Bij een bank van 210 centimeter kom je uit op een salontafel van rond de 140 centimeter. Bij een bank van 180 centimeter zit je op 120 centimeter. Deze verhouding zorgt ervoor dat de tafel de bank niet overheerst en dat je aan beide uiteinden nog vrije ruimte houdt.
Bij een hoekbank meet je alleen het langste deel, niet de totale ombouw. Bij twee banken tegenover elkaar mag de tafel groter: dan kies je een blad dat vanaf beide kanten bereikbaar is, bijvoorbeeld 120 bij 80 centimeter of een ronde salontafel van 90 centimeter doorsnede.
Afstand tot de bank: 40 tot 45 cm
Tussen de rand van je bankkussen en de rand van de tafel wil je zo’n 40 centimeter. Dat is genoeg om je benen te strekken en om ertussen langs te lopen, en tegelijk kort genoeg om je glas te kunnen pakken zonder op te staan. Boven de 50 centimeter moet je elke keer overeind komen, onder de 30 centimeter stoot je je scheenbeen.
Aan de andere kanten van de tafel, richting een fauteuil, de tv-wand of de doorloop, houd je minimaal 60 centimeter aan zodat er iemand langs kan lopen. In een kleine woonkamer is dat vaak het echte knelpunt en niet de tafelmaat zelf.
Diepte en vorm
Een rechthoekige salontafel is meestal 60 tot 80 centimeter diep. Dieper dan 80 centimeter en je kunt de overkant van het blad niet meer bereiken vanaf de bank, waardoor daar vanzelf een verzamelplek voor rommel ontstaat.
- Rechthoekig: volgt de lijn van de bank, het meeste bladoppervlak per vierkante meter.
- Rond: prettig in een kleine kamer en bij gezinnen met kleine kinderen, want geen scherpe hoeken.
- Ovaal: geeft de lengte van een rechthoek met een zachtere doorloop.
- Organisch of nier: mooi als blikvanger, maar lastig te combineren met een strakke bank.
Sets en nesting: twee kleine in plaats van één grote
Een set van twee tafels op verschillende hoogtes is in een krappe kamer vaak praktischer dan één groot blad. Je schuift ze uit elkaar als er visite is en in elkaar als je ruimte nodig hebt. Let er wel op dat het verschil in hoogte minstens vijf centimeter is, anders schuiven ze niet onder elkaar door, en dat de bladen elkaar in materiaal of vorm echt aanvullen. Kijk voor de mogelijkheden bij de salontafelsets.
Zoek je alleen een plek voor een lamp en een kopje naast de bank, dan is een set niet nodig en ben je met een van de bijzettafels beter af. Die neemt geen middenruimte in.
Materiaal bepaalt het onderhoud
Een salontafel krijgt meer glazen en warme mokken te verwerken dan een eettafel. Een houten salontafel met een geoliede afwerking is het makkelijkst bij te werken, maar vraagt onderzetters. Een marmeren salontafel is prachtig en zwaar, maar poreus en gevoelig voor zuur, en vraagt dus een eigen manier van onderhouden. Glas laat licht door in een kleine kamer, maar je ziet elke vingerafdruk.
In mijn werkplaats maak ik salontafelbladen bij voorkeur van een dikkere plank dan strikt nodig is. Niet om het gewicht, maar omdat een blad van vier centimeter op een lage tafel eenvoudigweg beter in verhouding staat dan een dun paneel. Op ooghoogte kijk je op een salontafel neer en dan valt een te dun blad direct op als goedkoop, ook als het hout zelf uitstekend is.
Zet je regelmatig glazen neer, koop dan meteen een stapeltje viltjes of kurken onderzetters. Die liggen bij HEMA, IKEA en Action voor een paar euro, en ze schelen je jaren later een schuurbeurt.
Hoe hoog moet een salontafel zijn bij een bank van 45 cm?
Tussen de 40 en 45 cm. Gelijk aan de zitting werkt het prettigst voor het neerzetten van een kop of een bord, iets lager oogt rustiger in de kamer. Meet de zithoogte terwijl je erop zit, want een zacht kussen zakt zomaar vijf centimeter in.
Hoe groot moet mijn salontafel zijn bij een bank van 2 meter?
Reken op ongeveer tweederde van de bankbreedte, dus rond de 130 tot 140 cm lang en 60 tot 70 cm diep. Bij een hoekbank meet je alleen het langste deel. Houd daarna 40 cm afstand tot de bank en minimaal 60 cm aan de looproutezijde.
Kan een salontafel hoger zijn dan de bank?
Het kan, maar het oogt zelden goed en het blokkeert het zicht door de kamer. De uitzondering is een bewust hogere tafel waaraan je ook eet of werkt. Wil je dat, kies dan meteen een model van 55 tot 60 cm en een bank met een stevige, rechte zit.
Meet dus eerst je zithoogte en je bankbreedte, en pas daarna ga je kijken. Met die twee getallen valt driekwart van het aanbod meteen af en houd je een lijstje over dat echt past. Het complete overzicht staat bij de salontafels, en weet je nog niet welke vorm of welk materiaal bij je woonkamer hoort, dan helpt de keuzehulp je in een paar vragen op weg.





