Stempels en keurmerken op hout lezen bij de bouwmarkt

Stapel vuren planken met gestempelde sterkteklasse en droogcode op de kopse kant

Wie bij de bouwmarkt een stapel vurenhout doorloopt, ziet op bijna elke plank een blauwe of zwarte stempel staan. Een letter, een getal, een logo dat lijkt op een boompje. De meeste mensen leggen de plank terug of nemen hem mee zonder er iets van te lezen, want het ziet eruit als iets wat voor de vakman bedoeld is. Dat is het ook, maar niet alleen. In die paar tekens staat precies wat je moet weten voordat je hout binnen gaat toepassen: hoe sterk het is, hoe droog het is, en of iemand heeft gecontroleerd waar het vandaan komt.

Ik loop zelf altijd langs de kopse kant van een pak planken voordat ik iets uitzoek. Niet omdat ik verwacht dat er iets mis is, maar omdat de stempel me in twee seconden vertelt of dit hout past bij wat ik ermee wil. Hieronder staat wat je tegenkomt en wat het betekent.

Wat er op een plank gestempeld staat

Wat je zietWaar het over gaatWat je ermee doet
C18, C24, C30Sterkteklasse van naaldhout volgens de Europese indelingHoe hoger het getal, hoe meer het draagt. C24 is de standaard voor balken en regels
D30, D40Sterkteklasse van loofhoutDe D staat voor loofhout, deze klassen zie je bij eiken en beuken constructiehout
KD of Kiln DriedTechnisch gedroogd in een droogkamerBinnen altijd hebben. Ongedroogd hout krimpt na in je warme kamer
Een percentage, vaak 8 tot 18Het vochtgehalte bij vertrek uit de fabriekVoor binnen wil je richting 8 tot 12 procent, voor een overkapping mag het hoger
CE met vier cijfersVerklaring dat het product volgens de geldende norm is gekeurdVerplicht bij constructiehout. Bij een schap timmerhout hoeft het niet
KOMONederlands kwaliteitsmerk met een onafhankelijke controleZegt iets over de productie en de verduurzaming, vooral bij buitenhout
FSC of PEFC met een licentienummerHerkomst en bosbeheerKijk of het nummer erbij staat, anders is het een claim zonder ketting
HT of DB in een aarlogoBehandeling tegen insecten voor transportmateriaalZie je op pallets en kisten, niet op gewoon timmerhout

De sterkteklasse gaat over buigen, niet over hardheid

De C in C24 komt van coniferous, naaldhout dus. Het getal erachter is de buigsterkte in newton per vierkante millimeter. Een balk van C24 mag zwaarder belast worden dan dezelfde balk in C18, en dat komt doordat er minder en kleinere kwasten in zitten en de nerf rechter loopt. Je ziet het verschil vaak met het blote oog: C24 heeft een rustiger tekening.

Wat die klasse niet zegt, is hoe hard het oppervlak is. Vuren van C24 blijft vuren, en dat betekent dat er een deuk in komt zodra je er een gereedschapskist op zet. Voor een schap achter een deur maakt dat niets uit, voor een blad waar je aan werkt wel. Als je iets zoekt waar je jaren aan zit te eten, kom je automatisch bij de hardere loofhoutsoorten uit, en dan gaat het gesprek al snel over welke houtsoort bij je interieur past in plaats van over een sterkteklasse.

Het vochtgehalte is het getal dat de meeste klussen redt

Van alle tekens op die stempel is het vochtpercentage het getal waar mensen het minst naar kijken en waar ze het meeste last van krijgen. Hout is een spons die nooit ophoudt met ademen. Het neemt vocht op uit de lucht en geeft het weer af, en bij dat proces zwelt en krimpt het dwars op de nerf. In de lengte gebeurt er vrijwel niets, in de breedte kan een plank van dertig centimeter over een winter een paar millimeter smaller worden.

Een Nederlandse woonkamer zit in de winter, met de verwarming aan, ergens rond de 8 tot 10 procent evenwichtsvochtgehalte. Koop je hout dat op 18 procent uit de handel komt en schroef je dat meteen vast in een verwarmde kamer, dan droogt het bij jou verder na. De naden gaan open, de planken gaan hol staan, en de schroeven waar je het mee hebt vastgezet trekken scheurtjes. Dat is geen fout in het hout, dat is een fout in het moment van vastzetten.

De oplossing kost geen geld, alleen geduld: leg het hout twee weken in de kamer waar het komt te hangen of te staan, plat en met latjes ertussen zodat er lucht bij kan. Daarna zaag je pas op maat. Dit is dezelfde reden waarom een massief eiken werkblad na levering eerst een tijd in de keuken moet liggen voordat de zaag eraan mag.

FSC en PEFC zeggen iets over het bos, niet over de plank

Er ligt in vrijwel elke bouwmarkt hout met een groen boompje erop. Dat is het merk van de Forest Stewardship Council, en het betekent dat het bos waar dit hout vandaan komt onder een beheerplan valt en dat de handelsketen ertussen is gecontroleerd. PEFC doet in grote lijnen hetzelfde met een ander systeem en een ander logo. Op de site van FSC Nederland staat per label wat de verschillende varianten dekken, want er is verschil tussen honderd procent en mix.

Waar ik mensen vaak op moet wijzen: zo’n merk zegt niets over kwaliteit. Een slecht gezaagde, kromme plank kan keurig gecertificeerd zijn. Andersom is een balk uit een sloopschuur zonder enig logo vaak het duurzaamste materiaal in de hele bouwmarkt, simpelweg omdat er geen boom voor is omgegaan. Dat is ook precies de charme van meubels van sloophout: de herkomst is te zien in plaats van gestempeld.

Let wel op één ding. Een logo zonder licentienummer erbij is losse tekst. Het nummer, meestal iets in de vorm van FSC-C gevolgd door zes cijfers, is wat de plank aan een gecontroleerde keten koppelt. Staat dat er niet, dan is het een plaatje.

CE en KOMO zitten op verschillende plekken in het verhaal

De CE-aanduiding is geen kwaliteitsmerk maar een verklaring van de fabrikant dat het product volgens de geldende Europese norm is beproefd. Bij constructiehout hoort daar een prestatieverklaring bij die de leverancier moet kunnen laten zien. Voor de vlonderplank die je in de tuin legt is dat niet nodig, voor de balk waar je vloer op rust wel.

KOMO is Nederlands en gaat een stap verder: daar komt een onafhankelijke instelling periodiek in de fabriek kijken. Je ziet het vooral bij verduurzaamd buitenhout en bij gelamineerde balken. Voor binnenwerk kom je het zelden tegen, en dat is geen reden tot zorg.

Wat ik zelf in twee minuten controleer

  • Staat er een droogcode of een vochtpercentage op, en past dat bij een verwarmde kamer.
  • Ligt het pak binnen opgeslagen of buiten onder een afdakje, want dat zegt vaak meer dan de stempel.
  • Til één plank op en leg hem op zijn kant op de vloer: zie je licht onder het midden, dan is hij krom en leg je hem terug.
  • Kijk naar de kopse kant. Jaarringen die bijna evenwijdig aan het brede vlak lopen geven de meeste kans op kromtrekken.
  • Zoek het licentienummer bij een keurmerk, niet alleen het logo.

Deze vijf punten zijn belangrijker dan het merk op de plank. Een stempel is een startpunt, geen garantie dat het hout in jouw huis rustig blijft liggen. Het echte werk zit in acclimatiseren, in de goede kant naar boven leggen, en in de afwerking daarna. Wat je erna met olie of lak doet, bepaalt uiteindelijk hoe die plank er over vijf jaar uitziet, en daar helpt geen enkel keurmerk je bij.

Categorie:
Woody van Es

Geschreven door

Meer over Woody van Es